Donderdag 12 maart stond Frederick Vallaeys van Optmyzr op het podium bij Friends of Search in Amsterdam. Hij vertelde een anekdote over zijn buurman in Silicon Valley — iemand die werkt bij OpenAI.
Die buurman beschreef hoe het er op de werkvloer aan toegaat. Vroeger hoorde je in een ruimte vol developers één geluid: het tikken van toetsenborden. Nu klinkt het anders. Developers spreken hun prompts in. Hardop. Allemaal tegelijk.
Geen getik meer. Een kakofonie van stemmen.
Dat ene beeld zegt meer dan een slide deck vol grafieken. De manier waarop software wordt gemaakt, is aan het veranderen — niet geleidelijk, maar nu.
En Vallaeys ging verder. Hij legde uit hoe zijn team werkt: ze sturen dezelfde prompt naar vier (opent in nieuw venster) AI agents tegelijk. Vier verschillende outputs. Ze kiezen de beste. De rest gaat weg.
Niet één developer die nadenkt en typt. Maar één persoon die vier agents dirigeert — en beslist wat de moeite waard is om te bewaren.
Dat is geen workflow-optimalisatie. Dat is een fundamenteel andere manier van software bouwen.
Van blijvende code naar wegwerpcode
Twintig jaar lang behandelden we code als architectuur. Je bouwde voor de lange termijn. Refactoring, technical debt, onderhoud — dat hoorde erbij, want code schrijven was duur en traag.
Vallaeys noemde het terloops: "throw away code."
Neem als voorbeeld: je bouwt een applicatie voor een specifiek doel. Het werkt. Je gebruikt het. En daarna: delete. De volgende behoefte vraagt een nieuwe prompt en een nieuwe applicatie.
Dit is niet Software as a Service. Dit is Software on Demand — je vraagt, het verschijnt, je gebruikt het, het verdwijnt.
Sam Altman zei dit al eerder. Maar als de CEO van een bedrijf dat twintig jaar aan codebases heeft gebouwd hetzelfde zegt, is het geen hype meer.
Lovable, Bolt, Flutterflow: het is er al
Deze tools bestaan. Ze nemen je tekst en maken er werkende applicaties van. Geen API-documentatie. Geen boilerplate. Geen wachttijd.
Ze voelen nog als speelgoed. Tot je doorhebt dat ze de bottleneck verwijderen.
Voorbeeld: een marketeer heeft een idee voor een leadmagneet. Vroeger betekende dat: dev request, backlog, sprint planning, twee weken later misschien live. Nu: prompt intypen, lunch eten, live gaan, itereren.
Dat is geen kleine stap.
Waar gaat dit heen?
Geen wilde voorspellingen, maar wat ik de komende 12 maanden verwacht:
1. De developer wordt regisseur
De developer-rol verdwijnt niet. Hij wordt één ding: regisseur.
Niet de persoon die typt, test of onderhoudt. Maar degene die bepaalt wat er gebouwd wordt, de juiste vraag stelt vóór de prompt, en beslist welke output de moeite waard is.
De rest — reviewen, testen, legacy beheren — wordt óf geautomatiseerd óf verdwijnt samen met de codebases die het vereisen.
2. Kleine teams winnen terrein
Vandaag kunnen kleine bedrijven nauwelijks software bouwen (opent in nieuw venster). Te duur, te traag. Binnenkort bouwt één persoon drie applicaties per week, elk gericht op een specifiek segment. No-code is al achterhaald — dit is no-friction code.
3. Code wordt commodity, kwaliteit van denken niet
Als iedereen code kan genereren, zit de waarde niet meer in het schrijven. Het zit in: wat vraag je vóór je prompt, welke output gooi je weg, hoe scherp beoordeel je het resultaat. De bouwer wordt curator.
4. Grote organisaties lopen achter
Te veel legacy, te veel risicomijding. Dat geeft snelle, kleine teams een venster van 18 tot 24 maanden om voorsprong te pakken.
5. Regelgeving komt eraan
Geen git history, geen code review trail, geen "wie schreef dit." Audit-afdelingen gaan vragen stellen. GDPR-teams ook. Regelgeving vertraagt de adoptie, maar stopt hem niet.
Wat dit voor jou betekent
Je zei gisteravond: "Ik ben geen coder, maar ik wil nu zelf bouwen."
Dit is precies het moment daarvoor. Twintig jaar inzicht in hoe teams en software werken is nu genoeg om zelf iets te bouwen dat volgende week live staat.
De drempel verdwijnt niet volledig. Maar snel genoeg dat het er echt toe doet.
Vallaeys zei het al: je bent niet langer afhankelijk van developers die typen. Je bent afhankelijk van wat je vraagt en hoe scherp je beoordeelt.
De ongemakkelijke kant
Ik zag het afgelopen week in de zaal: ongeloof. Voorzichtigheid.
Logisch. Developers hebben twintig jaar hun identiteit gebouwd rond code schrijven (opent in nieuw venster). Dit voelt als een aanval daarop.
Maar fotografie verving schilderkunst ook niet. Het veranderde wat schilderkunst betekende.
Developer-discipline verdwijnt niet. Het verschuift van uitvoeren naar denken. De beste developers in 2027 zijn niet de snelste typers, maar de scherpste denkers.
Begin hier
Neem iets wat je vandaag nodig hebt. Iets wat nu blijft liggen omdat het "te veel dev-uren kost."
Open Bolt of Lovable. Schrijf je prompt. Kijk wat je krijgt. Itereer vier keer. Kies de beste versie. Gooi de rest weg.
Je bent geen developer. Je bent een curator van mogelijkheden (opent in nieuw venster).
Ken je iemand die al jaren software laat bouwen en nu zelf wil starten? Stuur dit door. Of reageer: wat betekent Software on Demand voor jouw werk?
